Er gaat niets boven..

Het Oldambt - Henk Marks

Advertenties:

Kloosterreizen

Page4U webhosting

Barbecuebus Oostwold

Eeldespecialist reizen

OldambtSter.com

GrunnOnline fotowebsite

Muziekwebsite (oost-groningen)

Levensbeschrieven Derk Sibolt Hovinga

D.S. Hovinga voor zijn levensboom Foto: Han de Graaf (Winschoter Courant)

Derk Sibolt Hovinga voor de es, zijn levensboom
Foto: Han de Graaf (Winschoter Courant)

Vroag mie nait om oetleg, doar proat ik ja nait over,
de gedichten spreken veur zich”
                                                    (1983)

 

Ol Boer
Uit: Onder de Regenboog (1987)


Derk Sibolt rond 1987 op zijn laanAal doag
Twij keer
Goa ik
De olle loan
Nog henneweer
Van mien bestoan
As boer

Al gait t asmis
Wat stoer
Langs wat hier
Vrouger was mien laand
k Heb handstok
In mien haand

Of wind of zunschien
Dook of regen
Al loop k nait meer
Zo haard
Langs d essen
Klain en groot
In waal van sloot
Ik ken der toch nog tegen,
En zai aal doag
Mien olle boerderij
Al hait t mien laand
Nait meer
Zo as eer
t Blift mie toch aigen,
Wie binnen nog ain.
Dat holt mie vrij!


LEVENSBESCHRIEVEN Derk Sibolt Hovinga – “Dichter und Bauer”

Derk Sibolt Hovinga (22 oktober 1909) is geboren te Oostwold (Oldambt) op de boerderij aan de tegenwoordige Oudlandseweg. In 1913 verhuisde hij naar de Huningaweg 3. Zijn ouders, Habbo Derk Hovinga (15-05-1885/24-06-1952) en Anna Frouwina Ebbens (24-08-1886/31-10-1929) hebben daar een nieuwe villa laten bouwen. Habbo Derk en Anna trouwden op 4 november 1908. Er werden 4 kinderen geboren. Op 4-jarige leeftijd stierf zijn zusje. Na het overlijden van Anna, trouwde Habbo Derk met Anje Lieftingh in 1934. Na de verhuizing (1946) van zijn vader en stiefmoeder, bleef Derk Sibolt alleen wonen aan de Huningaweg. Huishoudster Engeltje Boven was hulp in de huishouding en kreeg later een eigen vertrek in het huis. D.S. Hovinga bleef er wonen tot aan zijn dood op oudejaarsdag in 1990.

D.S. Hovinga stond bekend als een stille jongen die zich regelmatig terugtrok.
Na de lagere school in Oostwold ging hij naar het Gymnasium te Winschoten.
In het begin van 1926 verscheen in Oostwold: “Witolipocoa” , een in het Nederlands handgeschreven blad. “Blad gewijd aan politiek, pluimveekunde en literatuur”.

Het blad werd uitgegeven door een groep die zichzelf ook Witolipocoa noemde.
Het is waarschijnlijk aan te nemen dat Hovinga alleen verantwoordelijk was voor dit blad.
Hij had zijn vader als voorbeeld genomen, die eerder al stukjes schreef voor de Winschoter Courant met als onderwerpen landbouw, politiek en economie.

Op het Gymnasium koos hij voor de Taalkunde.
Zijn rector van de school Dr. Wartena , Fries van geboorte, gaf les in Latijnse talen.
Dr.Wartena was tevens predikant en arrondissementsschoolopzichter. K. ter Laan was bezig met het samenstellen van het Groninger Woordenboek.
Ter Laan zocht informatie en dr. Wartena hielp hieraan mee. Hierdoor kwam Hovinga in aanraking met de Groninger Taal en met de volksverhalen van Ter Laan.

Dat Wartena veel invloed op hem had, blijkt uit het volgende citaat:
‘Hovinga is heel sterk ingesteld op het leven en de natuur en ondergaat in bijzondere mate de verbonenheid met de natuur.” “Maar dan speciaal in de Latijnse betekenis van het woord natuur: “geboren worden” licht hij toe.” “Ik beleef de schepping en het mysterie van het bestaan heel sterk in de verschijnselen van de natuur, legt Hovinga uit.”

Daarop volgend kwam hij tevens de Nunerkes van Jan Boer tegen. Alhoewel Hovinga op dat moment nog moeite had om het Nederlands en het Gronings te scheiden, waren de verhalen van bovengenoemde schrijvers aanleiding om zich te bekwamen in het Gronings.

In 1929, vlak voor zijn diploma Gymnasium A, maakte Hovinga op 19-jarig leeftijd zijn eerste gedicht. Deze poëzie kreeg als titel: “Roggemouer”.

Inschrijving R.U.G. D.S. Hovinga Oldambt

ROGGEMOUER

Doar deur het hooge koren
Dat bogt in d’oav’mdwind
Lopt langs ’n laange loane
Allain, ’n lutje kind.

De zun zinkt deel in ’t Westen
En vaart de wolken rood.
’t Wordt stiller bie de loane
Woar net nog ’n raaitvink floot.

De wind soest deur de rogge
Dat golft no as ’n zee.
‘n Blaauwe korenbloume
Zoit mit van joa en nee.

Dei mooie blaauwe bloume
Zag ’t lutje kind doar stoan.
Ze stapte dou in ’t koren,
Och haar ze ’t mor nait doan.

En ’n èndje wieder zag ze
Nog net zo’n bloume stoan;
En aal moar wieder, wieder
Lopt z’oaf van laange loan.

De hoge smuie oaren
Boegen veur het kind oet zied;
De roggeboaren zingen
Van nacht en vrouger tied.

Doar vlogt wat over ’t koren
Oet d’oaren dook het op:
’n Swaarte groote spoukwief
Mit hoareg roege kop.

’t Kind vuilt ’t onhaail komen,
Bloumen valen heur oet haand.
Het koorn begunt te swaaien,
’t duuster op het laand.

Om ’t kind slagt ’t wief heur handen
En rit ’t deur ’t koren mit.
“De rogg’mouer”, broest het koren,
“Dei onder d’oaren zit”.

De wind soest deur de rogge,
Dat golft nog as ’n zee.
Doarboven aan hooge lochtdak
Schoot ’n steern van zien stee.

Uit de bundel: Störms en Stilte / 1952

Na zijn schooltijd ging hij 2 jaar Klassieke Talen studeren aan de Universiteit te Groningen. Hovinga ging in de kost aan de Stoeldraaierstraat te Stad Groningen.
D.S. voelde zich in het kleine kamertje in de grote stad maar zeer opgesloten.

Dit komt tot uiting in “Oogst van mien aner laand” (1968), hij schreef:
“…in mien gevangenis woar nog allèn n streepke locht het lest vrije oetzicht is”.

Deze zin verwijst naar zijn studententijd in Groningen.
Veel plezier in Groningen beleefde hij niet.
Zijn moeder werd ziek en overleed in oktober 1929. D.S. Hovinga was net 20 jaar geworden. Hij kwam terug in Oostwold, zeer tegen de zin van zijn vader. Er was namelijk maar één boerderij en er waren meerdere kinderen. Hij werd ingedeeld als arbeider op de boerderij.

Later ging hij een semester studeren aan de Landbouw Hogeschool in het Duitse Poppelsdorf (in de buurt van Bonn). Dit was in de jaren dertig van de vorige eeuw. Hij beleefde veel plezier aan deze studie. Hier maakte hij ook kennis met het Nationaal Socialisme. De denkbeelden vond hij interessant, maar dat veranderde na het uitbreken van de oorlog. Hij keerde zich tegen de Duitse bezetter.

In 1944 werd Hovinga zelf boer. “Dichter und Bauer” Boeren bleef hij doen tot 1966.
Daarna verkocht hij de boerderij en bleef hij op de villa wonen. Vanaf 1966 wijdde hij zich volledig op het dichten in de Groninger Taal. In diverse artikelen komt zijn talent tot uiting.

Velen zeggen over hem, dat hij meer een natuurdichter, dan een mensendichter was.
Hij hield zich dus vooral bezig met wat de natuur hem ingaf in plaats van dat hij dichtte over de mens om hem heen. “Boer en dichter zijn, gaf samen zin aan mijn leven”, aldus Hovinga.
Vanaf die tijd verdiepte hij zich onder meer in de mythologie.
Verder luisterde hij graag naar Beethoven en hield zich met sport bezig.
Zijn favoriete schrijver in die tijd was Adriaan Roland Holst.

Wandelen was ook een hobby van de schrijver. “ik was één van de eersten die met een gids het wad overstak”. Ook hield de dichter van reizen. Dit komt regelmatig terug in zijn werken.  

Verder was Hovinga behoorlijk actief in de “Grunneger Bewegen”.
In totaal heeft hij 19 jaar lang meegewerkt aan het cultureel maandblad “Grunnen”.
Er verschenen vele werken in Dorp en Stad (redactioneel en gedichten).
In Toal en Taiken kwamen allerlei beschouwingen voor.

In 1954 werd “t Swieniegeltje” opgericht. Hovinga was eerst lid van de “verlopege road van biestand” en later werd hij ook redactielid. Naast de redactionele stukken en boekbesprekingen stond er ook dichtwerk van hem in.

Andere literaire werkzaamheden bestonden uit het schrijven van verhalen in de Winschoter Krant over historische artikelen. Onder de kop “Oldambster Raketten”. Onder dezelfde titel schreef hij in landbouwbladen. Daar ging het over landbouw, economie, historie en taal.

Alle artikelen hadden betrekking op het Oldambt. Vanaf de oprichting was hij betrokken bij de Midwolder/Oostwolder dorpskrant “Tam Tam”. Verder heeft Hovinga met werk in de “Wenakkers” gestaan. Dit deed hij samen met diverse Groninger dichters als: Jan Boer, Hans Elema, Sien Jensema, Simon van Wattum en Eelsema.

In 1983, op de “Dag van t Grunneger Bouk” kreeg hij van de Stichting ‘Grunneger Bouk de Literaire Pries voor zijn werk uit 1982 De prijs werd uitgereikt in de Esbörg te Scheemda.
In 1989, op zijn tachtigste verjaardag, werd D.S. Hovinga door toenmalig Burgemeester Klaassens (Midwolda) geridderd in het koetshuis van de Ennemaborg. Hij kreeg goud in de Orde van Oranje Nassau. Aanleiding waren onder meer het schrijven van negen* boeken en bundels en honderden andere publicaties in tijdschriften, kranten, bedrijfsbladen, schoolkranten en in verzamelbundels.
Ook maatschappelijk maakte de schrijver zich verdienstelijk. Zo was hij onder meer lid van het Waterschapsbestuur en zat hij in het bestuur van de Boerenleenbank. (tegenwoordig Rabobank).

“Oudlandseweg” en “Nieuwlandseweg” zijn namen van wegen in Oostwold. Deze namen zijn bedacht door Derk Sibolt Hovinga.

In zijn laatste jaren, liep Hovinga in gezelschap van zijn hond, nog dagelijks over de oude laan van zijn boerderij.

Toenmalig buurvrouw Rika Oosterhuis (Gieten) herinnert zich het liedje “Moushouklaid”** die Hovinga de hele dag neuriede en zong: “Van de grens tot aan de wizzel, Van ’t Koudaip tot Stoomgemoal, Is ons Moushoukbuurt gelegen, Joa, doar woon wie allemoal”.

Op 31 december 1990 stierf D.S. Hovinga in zijn villa aan de Huningaweg te Oostwold op 81-jarige leeftijd. Na zijn crematie, geheel volgens de wens van de dichter, (zie ook het volgende gedicht)werd zijn as verstrooid boven de Dollard. Met het vliegtuig van Tom van der Meulen. Op de uiterdijk stonden drie bestuursleden van de D.S. Hovingafonds. Zij dronken een glas wijn. Er werden vier glazen gevuld. De vierde glas was voor Derk Sibolt.
*) in totaal bracht Hovinga 10 boeken uit, maar zijn laatst verschenen bundel werd uitgegeven na zijn dood. **) Rond 1900 werd de huidige Huningaweg de “Moushouk” genoemd.

 

As t vuur mie schaaidt

As ’t vuur mie schaaidt
In aaske en daamp, loat de atomen
Van mien wezen, stof en zail – tou d’wolken overkomen

Loat aal wat van mie overgaait
Mit winden wied verwaaid
Het licht, de hemel zain …

Loat “mie”ontbonnen
Mien verbaand van lichoam en van zail
’s Levens mysterie
Aan aner wellen overgeven wezen, aalgehail

Aan aner kaant van dood
In ’t aaiweg wezen, in vrede of rust
Of wentelend alleven of aal wat wacht
In mysterie’s haand en macht ..

En baarg wat van mie ’t vuur deurstaait
Nait onner stain, beton of in ‘n duster gat
Moar loat het wied en zied verspraaid
Op moagdelieke grond van Dollerts ploat en wad

Dat is mien leste wil

 

 Hovinga achter zijn schrijftafel in de voorkamer van zijn villa

In het kader van de Literaire route werd in de zomer van het jaar 2000 een paneel voor zijn huis geplaatst ter herinnering aan deze Groninger Dichter und Bauer. Dit paneel werd gesubsidieerd door het D.S. Hovingafonds. 

 

Paneel voor Huningaweg 5 / 7 Oostwp;d Oldambt


Artikel met dank aan Ali Blaauw-Geitz 

DVD en CD over dichter Derk Sibolt Hovinga

In 2009  zou dichter, schrijver en boer Derk Sibolt Hovinga (1909 – 1990) honderd jaar geworden zijn. Als eerbetoon aan deze Oldambtster hebben Eppe Bodde en Mineke Potgieser een CD uitgebracht met ‘laidjes oet t Grunneger zangbouk’. Het ‘spaigelploatje’ heet “Miemern in Twijduustern”. De CD werd in oktober 2009 onder zeer grote belangstelling ten doop gehouden in de kerk van Nieuw Beerta. De liedjes zijn verrassend gezongen in een Shubertiaanse traditie. De CD werd aangemeld voor de Dagblad van het Noorden Streektaalprijs en kreeg van de jury de eervolle vermelding: ‘Een fraai voorbeeld van Groninger Liedkunst’.

Na de CD presentatie bracht Jur Roelofs de Oostwolmer dichter nog eenmaal tot leven. Roelofs beeldde Derk Sibolt Hovinga uit, alsof de schrijver er zelf stond. Zijn mimiek, maar ook zijn stem brachten vele aanwezigen terug tot voor 1990. Het materiaal bestond al langer, maar op initiatief van het D.S. Hovingafonds is het materiaal nu ook op DVD verschenen.

Jan Witter van het Winschoter Stadsjournaal regisseerde de filmopnamen tijdens de CD presentatie. Dit unieke materiaal is te bestellen.
De CD is te koop bij Boekhandel Nieborg / Bruna in Winschoten, bij Galerie De Groninger Kroon (Reiderwolderpolder) en bij de Boukenkist in Scheemda.
Het plaatje is uitgegeven door Uitgeverij Servo ( Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken )

De DVD wordt in eigen beheer verkocht via het Winschoter Stadsjournaal.
U kunt uw bestelling plaatsen via het contactformulier op
http://www.winschoterstadsjournaal.nl

Zowel de CD als de DVD kosten per stuk € 10,-

Bron:
Stichting D.S. Hovingafonds
Tweekarspelenweg 10
9697 XZ  Blijham

 

 

 
Advertentie
Advertentie
Advertentie